Patiënteninformatie

Anticonceptie

Spiraal en implantaat

U heeft bij Femmecare een afspraak over anticonceptie. Vaak komt u bij ons voor het plaatsen van een spiraal of een implantaat. Op deze pagina leest u welke methoden er zijn, hoe u zich voorbereidt, hoe het plaatsen gaat en waar u daarna op let. Lees deze informatie vóór uw afspraak.

01

Welke methoden zijn er?

Er zijn methoden met hormonen en methoden zonder hormonen. Sommige methoden gebruikt u zelf, elke dag of elke week. Andere methoden werken jarenlang.

MethodeWat is het?
Combinatiepil, vaginale ring en pleisterMet twee hormonen: een oestrogeen en een progestageen.
ProgestageenpilEen pil met één hormoon (progestageen). U neemt hem elke dag.
PrikpilEen prik met één hormoon (progestageen).
ImplantaatEen klein staafje met één hormoon, onder de huid van uw bovenarm. Het werkt drie jaar.
HormoonspiraalEen spiraal in de baarmoeder die een klein beetje hormoon afgeeft (levonorgestrel). Hij werkt vijf tot acht jaar, afhankelijk van het merk.
KoperspiraalEen spiraal zonder hormonen. Hij werkt vijf tot tien jaar, afhankelijk van het soort.
CondoomZonder hormonen.

Hoe betrouwbaar is een methode?

In de tabel ziet u hoeveel vrouwen van de 100 in één jaar toch zwanger worden. Dit zijn de cijfers zoals het in het dagelijks leven gaat, dus ook als iemand bijvoorbeeld een pil vergeet.

MethodeZwanger per 100 vrouwen per jaar
Implantaatminder dan 1 (0,05)
Hormoonspiraalminder dan 1 (0,1 tot 0,3)
Koperspiraalminder dan 1 (0,5)
Prikpilminder dan 1 (0,6)
Vaginale ringminder dan 1 (0,65)
Pleisterminder dan 1 (ongeveer 0,7)
Progestageenpil1 tot 5
Combinatiepilminder dan 1 tot 10
Condoom12

Methoden die lang werken, zoals de spiraal en het implantaat, zijn het meest betrouwbaar.

Hormonen kunnen soms invloed hebben op uw stemming, bijvoorbeeld somberheid, angst of stemmingswisselingen. Merkt u dit? Bespreek het dan met uw arts.

Sterilisatie

Femmecare doet geen sterilisatie.

02

Samen een keuze maken

Welke methode past bij u? Dat beslist u samen met de arts. De arts vraagt onder andere naar:

  • uw menstruatie en hoeveel bloed u verliest
  • methoden die u eerder gebruikte, en hoe dat ging
  • of u (later) zwanger wilt worden
  • zwangerschappen, bevallingen en borstvoeding
  • of u rookt
  • welke medicijnen u gebruikt
  • uw gezondheid, bijvoorbeeld trombose, hoge bloeddruk, migraine met aura of borstkanker

Soms meet de arts uw bloeddruk. Bij sommige ziekten of medicijnen is niet elke methode veilig, bijvoorbeeld na een trombose, bij migraine met aura of bij bepaalde medicijnen tegen epilepsie. De arts zoekt dan samen met u een methode die wel veilig is.

Rond de overgang

  • Hormonen tegen overgangsklachten beschermen u niet tegen zwangerschap
  • Een hormoonspiraal kan u dan wel beschermen tegen zwangerschap
  • Volgens de richtlijn voor huisartsen kunt u op 52-jarige leeftijd stoppen met anticonceptie. Bespreek dit met uw arts

03

De spiraal

Een spiraal is een klein voorwerp dat de arts in uw baarmoeder plaatst. Er zitten één of twee dunne draadjes aan. Er zijn twee soorten:

  • Hormoonspiraal: deze geeft een klein beetje hormoon af (levonorgestrel). Merken zijn Mirena, Levosert en Kyleena
  • Koperspiraal: deze heeft geen hormonen

Een spiraal kan ook als u nog niet bevallen bent.

Hoe lang werkt een spiraal?

SpiraalWerkt als anticonceptie
Mirena8 jaar
Levosert8 jaar
Kyleena5 jaar
Koperspiraal in T-vorm10 jaar
Koperspiraal in hoefijzervorm5 jaar

Gebruikt u de Mirena om uw baarmoeder te beschermen bij hormoontherapie in de overgang? Dan werkt hij daarvoor vijf jaar.

Wij schrijven in uw dossier wanneer uw spiraal vervangen moet worden. Schrijf deze datum ook zelf op.

04

Voorbereiden op het plaatsen van een spiraal

  • De spiraal ophalen. U krijgt een recept. U haalt de spiraal bij de apotheek en neemt hem mee naar uw afspraak. De arts controleert de verpakking en de houdbaarheidsdatum
  • Een pijnstiller. Neem een uur voor de afspraak een pijnstiller, bijvoorbeeld naproxen of paracetamol. Weet u niet zeker of u die mag gebruiken? Vraag het dan aan uw arts of apotheek
  • Niet zwanger. Wij moeten zeker weten dat u niet zwanger bent. Dat is zo als u de afspraak heeft op dag 1 tot en met 5 van uw menstruatie, of als u de laatste drie weken geen onbeschermde seks had en een zwangerschapstest negatief is. Twijfelt u? Vertel het de arts
  • Klachten? Heeft u buikpijn, koorts, andere afscheiding dan normaal of bloedverlies dat u niet kunt verklaren? Meld dit vóór de afspraak. Soms moet u eerst behandeld worden en plaatst de arts de spiraal later
  • Na een bevalling. Een spiraal kan vanaf zes weken na een gewone bevalling. Na een keizersnede kan het vanaf twaalf weken
  • Verdoving. Wilt u een plaatselijke verdoving? Zeg het tegen de arts

05

Hoe gaat het plaatsen van een spiraal?

U krijgt de spiraal in de behandelkamer van Femmecare. Een doktersassistente helpt de arts.

  • Stap 1. De arts doet een inwendig onderzoek of maakt een echo. Zo weet de arts hoe uw baarmoeder ligt en hoe groot die is
  • Stap 2. De arts brengt een spreider (speculum) in uw vagina, zodat de baarmoedermond zichtbaar is
  • Stap 3. Als dat nodig is, houdt de arts de baarmoedermond stil. Dat gebeurt met de Carevix, een klein zuigsysteem, of met een tangetje
  • Stap 4. De arts meet hoe diep uw baarmoeder is
  • Stap 5. De arts plaatst de spiraal
  • Stap 6. Daarna maakt de arts een echo, om te zien of de spiraal goed zit

Het plaatsen kan pijn doen. U kunt krampen voelen, zoals bij een menstruatie. Wilt u een plaatselijke verdoving? Dat kan, maar dan wordt alleen uw baarmoedermond verdoofd; het meten blijft u voelen.

Sommige vrouwen worden tijdens of na het plaatsen even duizelig of misselijk. De assistente weet wat zij dan moet doen. U blijft liggen tot u zich beter voelt.

06

Het implantaat

Het implantaat is een klein staafje met één hormoon. De arts plaatst het onder de huid aan de binnenkant van uw bovenarm, de arm die u het minst gebruikt.

  • Het implantaat werkt drie jaar
  • Het liefst plaatst de arts het op dag 1 tot en met 5 van uw menstruatie. Gebeurt het op een ander moment? Gebruik dan de eerste zeven dagen ook een condoom
  • Uw bloedverlies kan veranderen. Dit is moeilijk te voorspellen. Ongeveer één op de vijf vrouwen heeft geen bloedingen meer, en ongeveer één op de vijf juist vaak of lang bloedverlies. De eerste zes maanden dagelijks bloedverlies is normaal
  • Sommige medicijnen maken het implantaat minder betrouwbaar, bijvoorbeeld bepaalde medicijnen tegen epilepsie. Vertel de arts altijd welke medicijnen u gebruikt
  • Voelt u het staafje niet meer in uw arm? Neem dan contact met ons op

07

Na het plaatsen

Wat is normaal?

De eerste uren kunt u krampen hebben. Ook de eerste weken kan er wat bloedverlies zijn. Dat is normaal.

Vanaf wanneer bent u beschermd?

MethodeBeschermd
KoperspiraalDirect.
Hormoonspiraal, geplaatst op dag 1 tot en met 7 van uw menstruatieDirect.
Hormoonspiraal, geplaatst na dag 7Gebruik de eerste zeven dagen ook een condoom.
Implantaat, geplaatst op dag 1 tot en met 5 van uw menstruatieDirect.
Implantaat, op een ander moment geplaatstGebruik de eerste zeven dagen ook een condoom.

Controle

U krijgt na het plaatsen geen vaste controleafspraak. Heeft u klachten? Neem dan contact met ons op. Moet uw spiraal of implantaat vervangen of verwijderd worden? Maak dan een nieuwe afspraak.

08

Risico’s

Het plaatsen van een spiraal gaat meestal goed. Toch kan er soms iets misgaan.

RisicoHoe vaak?
Gaatje in de baarmoeder (perforatie)Ongeveer 1 op de 1000 vrouwen. Als u borstvoeding geeft: ongeveer 6 op de 1000.
De spiraal komt eruit (uitstoten)2 tot 5 op de 100 vrouwen. Dit gebeurt vaker als de spiraal kort na een bevalling of een zwangerschapsafbreking is geplaatst.
Ontsteking in de buik (bekkenontsteking)Minder dan 1 op de 100 vrouwen. Het risico is het grootst in de eerste drie weken na het plaatsen.
  • Wordt u toch zwanger met een spiraal? Neem dan direct contact op. De arts kijkt of de zwangerschap in de baarmoeder zit
  • Is de spiraal niet goed te zien? Dan maakt de arts een echo, en soms een röntgenfoto
  • Moet de spiraal eruit, maar zijn de draadjes niet te zien? Dan probeert de arts het eerst met een smal tangetje. Lukt dat niet, dan haalt de arts de spiraal eruit met een kijkonderzoek van de baarmoeder (hysteroscopie)

09

Wanneer neemt u contact op?

Bel Femmecare tijdens openingstijden: 043 700 9773

Neem contact op als u last heeft van:

  • Koorts
  • Buikpijn die erger wordt
  • Hevig bloedverlies
  • U denkt dat u zwanger bent
  • U voelt het implantaat niet meer
  • U voelt zich somber of angstig sinds u de methode gebruikt

Buiten openingstijden, alleen bij spoed: 043 204 1820

Bel het dienstnummer ’s avonds, in het weekend of op feestdagen alleen bij klachten die niet kunnen wachten tot de volgende werkdag, zoals:

  • Hevig bloedverlies, meer dan één maandverband per half uur
  • Toenemende of stekende buikpijn ondanks pijnstilling
  • Koorts hoger dan 38,0 °C
  • Flauwvallen of extreme duizeligheid

Bij levensgevaar: bel direct 112

  • Hevig bloedverlies in combinatie met flauwvallen
  • Aanhoudend bewustzijnsverlies
  • Ademhalingsproblemen, hevige pijn op de borst of andere acute klachten

10

Onbeschermde seks gehad?

Heeft u seks gehad zonder anticonceptie, of is uw anticonceptie mislukt? Dan kunt u noodanticonceptie gebruiken. Dat moet binnen een bepaalde tijd.

MethodeWerkt als u hem gebruikt
KoperspiraalTot vijf dagen (120 uur) na de seks. Dit is de meest betrouwbare methode.
Morning-afterpil met ulipristalTot vijf dagen (120 uur) na de seks.
Morning-afterpil met levonorgestrelTot drie dagen (72 uur) na de seks.
  • De pil met ulipristal werkt beter dan de pil met levonorgestrel
  • Na de pil met ulipristal wacht u vijf dagen voordat u begint met anticonceptie met hormonen. Na de pil met levonorgestrel kunt u direct beginnen

Heeft u nog vragen?

Stel ze gerust tijdens uw afspraak. Heeft u tussendoor een vraag, gebruik dan het formulier voor bestaande patiënten. Wij nemen dan contact met u op.

Telefonisch zijn wij bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag van 09:30 tot 12:00 uur en van 13:00 tot 16:00 uur op 043 700 9773. Buiten onze openingsuren belt u alleen bij spoed: 043 204 1820. Bij levensgevaar belt u altijd 112.

Terug naar alle patiëntenfolders