Patiënteninformatie
Endometriumhyperplasie
Verdikt baarmoederslijmvlies
Bij u is een verdikt baarmoederslijmvlies gevonden, of de arts onderzoekt of u dit heeft. Artsen noemen dit endometriumhyperplasie. Op deze pagina leest u wat het is, hoe het onderzoek gaat en welke behandelingen er zijn, zodat u samen met uw arts een keuze kunt maken.
01
Wat is endometriumhyperplasie?
De binnenkant van de baarmoeder is bekleed met slijmvlies (endometrium). In dit slijmvlies zitten kleine klierbuisjes. Bij endometriumhyperplasie groeien er te veel van deze klierbuisjes. Daardoor wordt het slijmvlies dikker.
Dit komt doordat het slijmvlies lange tijd te veel van het hormoon oestrogeen krijgt, zonder genoeg van het hormoon progesteron. Progesteron remt normaal de groei van het slijmvlies.
Hoe vaak komt het voor?
Bij vrouwen zonder klachten komt het weinig voor. Onder de 35 jaar is het zeldzaam. Hyperplasie zonder atypie komt het meest voor bij vrouwen van 50 tot 54 jaar; hyperplasie met atypie bij vrouwen van 60 tot 64 jaar.
02
Twee soorten
Een stukje slijmvlies wordt in het laboratorium onderzocht. Daarna weet de arts welke soort hyperplasie u heeft. Er zijn twee soorten:
- Hyperplasie zonder atypie. De cellen van het slijmvlies zien er normaal uit
- Hyperplasie met atypie. De cellen zien er anders uit dan normaal. Een andere naam hiervoor is EIN (endometriale intra-epitheliale neoplasie)
Het verschil is belangrijk. Vooral hyperplasie met atypie kan uitgroeien tot baarmoederslijmvlieskanker (endometriumcarcinoom). Soms is die kanker er ook al tegelijk. Daarom is de behandeling bij de twee soorten verschillend.
| Soort | Wat is de kans op kanker? |
|---|---|
| Zonder atypie | Bij 1 tot 3 van de 100 vrouwen groeit het binnen 20 jaar uit tot kanker. Die kans is dus klein. |
| Met atypie | Bij 17 tot 40 van de 100 vrouwen groeit het uit tot kanker. Bij ongeveer 40 van de 100 vrouwen is er al kanker op het moment dat de hyperplasie wordt gevonden. |
03
Wie heeft meer kans?
U heeft meer kans op endometriumhyperplasie als uw slijmvlies lange tijd of veel oestrogeen krijgt. Bijvoorbeeld:
- u bent ouder dan 35 jaar
- u heeft vaak geen eisprong, bijvoorbeeld door PCOS of door te veel van het hormoon prolactine
- u bent nooit bevallen
- u bent laat in de overgang gekomen
- u heeft overgewicht. Ook diabetes kan de kans groter maken
- u gebruikt tamoxifen, een medicijn bij borstkanker
- u gebruikt oestrogeen als medicijn, zonder progesteron erbij
Heeft u het Lynch-syndroom (een erfelijke aandoening)? Of komt darmkanker of baarmoederslijmvlieskanker voor in uw familie? Dan is uw kans op hyperplasie en kanker van het baarmoederslijmvlies veel groter.
De kans dat hyperplasie uitgroeit tot kanker is groter als u ouder bent dan 50 jaar, overgewicht heeft, diabetes heeft of een hoge bloeddruk.
04
Het onderzoek
Echo
Meestal begint het onderzoek met een echo via de vagina. De arts meet daarmee hoe dik het slijmvlies is.
- Na de overgang, met bloedverlies. Is het slijmvlies 4 mm of dunner? Dan is de kans op een afwijking klein. Is het dikker? Dan neemt de arts een stukje slijmvlies weg voor onderzoek (biopt). Soms kijkt de arts in de baarmoeder met een waterecho of een hysteroscopie
- Vóór de overgang. De dikte van het slijmvlies verandert steeds tijdens de cyclus. Daarom is er geen vaste grens. De arts maakt de echo het liefst vlak na uw menstruatie; dan zijn afwijkingen het best te zien
- Zonder klachten. Na de overgang is het niet zinvol om zonder klachten de dikte van het slijmvlies te meten. Vóór de overgang is een dik slijmvlies zonder klachten alleen geen reden voor een biopt
Biopt
Bij een biopt zuigt de arts met een dun buisje (Pipelle) een klein stukje slijmvlies uit de baarmoeder. Dat gaat via de vagina. De arts kan een biopt doen bij:
- onregelmatig bloedverlies als u ouder bent dan 40 jaar
- hevige menstruaties als u ouder bent dan 45 jaar
- bloedverlies na de overgang
Bent u zwanger? Dan mag een biopt niet. Heeft u een stollingsziekte of een ontsteking? Vertel het de arts. Heeft u een spiraal? Dan kan het biopt gewoon doorgaan.
Een biopt lukt niet altijd. Bij ongeveer 42 van de 100 vrouwen lukt het niet goed, of geeft de uitslag geen duidelijk antwoord. Dan is meer onderzoek nodig.
Meer onderzoek
- Contrastecho (SIS). Een echo waarbij de arts wat vloeistof in de baarmoeder brengt, zodat de binnenkant goed te zien is. Dit doet meestal minder pijn dan een hysteroscopie
- Hysteroscopie. De arts kijkt met een dunne camera in de baarmoeder en kan gericht stukjes slijmvlies weghalen
- Curettage. Hierbij haalt de arts slijmvlies weg met een operatie. Dit gebeurt alleen als de andere onderzoeken geen duidelijke uitslag geven. Femmecare doet geen curettages; hiervoor verwijzen wij u naar een ziekenhuis
Gebruikt u tamoxifen?
Tamoxifen geeft meer kans op afwijkingen van het baarmoederslijmvlies, ook vóór de overgang. Verliest u bloed, of heeft u wat bloedverlies tussendoor (spotting)? Dan is altijd onderzoek nodig.
05
Behandeling bij hyperplasie zonder atypie
De kans dat deze soort uitgroeit tot kanker is heel klein. De behandeling moet het bloedverlies onder controle krijgen en voorkomen dat de hyperplasie erger wordt. Samen met de arts kiest u wat het best bij u past.
Afwachten
Afhankelijk van uw klachten kunt u ook afwachten, met controles met een biopt. Bij ongeveer 70 van de 100 vrouwen verdwijnt de hyperplasie dan vanzelf. Met een behandeling gaat dat wel sneller.
Behandeling met hormonen
De behandeling bestaat uit progestageen, een soort progesteron. Dit hormoon remt de groei van het slijmvlies.
- Eerste keus: een hormoonspiraal (Mirena). Dit werkt beter dan tabletten
- Tweede keus: tabletten met progestageen (medroxyprogesteron of norethisteron). U neemt die elke dag, zonder stopweek. Tabletten met een stopweek werken minder goed
De behandeling duurt minimaal zes maanden. Bij 71 tot 80 van de 100 vrouwen verdwijnt de hyperplasie. Verdwijnt die niet? Dan kan de arts de hoeveelheid verhogen, of tabletten en een hormoonspiraal samen geven.
Controles
- Elke drie maanden krijgt u een controle met een biopt
- Is er minimaal één keer een goede uitslag (geen hyperplasie meer)? Dan zijn de controles klaar
- Heeft u risicofactoren, zoals overgewicht of hormoontherapie voor de overgang? Dan krijgt u na de eerste goede uitslag nog twee controles, elke zes maanden
06
Behandeling bij hyperplasie met atypie
Bij deze soort is de kans op kanker groter. Daarom is het advies vaak een operatie waarbij de baarmoeder wordt weggehaald (uterusextirpatie). Femmecare doet deze operaties niet; hiervoor verwijzen wij u naar een ziekenhuis.
Vóór de overgang, zonder kinderwens
Het advies is een operatie waarbij de baarmoeder wordt weggehaald. De eierstokken blijven zitten. Blijkt bij het onderzoek van de baarmoeder dat er toch kanker is? Dan worden de eierstokken en eileiders alsnog weggehaald.
Na de overgang
Het advies is een operatie waarbij de baarmoeder, de eierstokken en de eileiders worden weggehaald.
Een kinderwens, of geen operatie mogelijk
Wilt u nog zwanger worden? Of is een operatie voor u niet mogelijk? Dan krijgt u een behandeling met progestageen. De voorkeur is een hormoonspiraal (Mirena); die geeft minder kans op trombose. Een andere mogelijkheid is elke dag tabletten, zonder stopweek.
Controles bij deze behandeling:
- Drie maanden na de start krijgt u een biopt
- Is de hyperplasie er dan nog? Dan verhoogt de arts de hoeveelheid. Na drie maanden krijgt u weer een biopt. Helpt de behandeling niet? Dan bespreekt de arts met u of de baarmoeder alsnog weg moet
- Is de hyperplasie verdwenen? Dan kunt u proberen zwanger te worden, of u gaat door met de behandeling, met elke zes tot twaalf maanden een biopt. Hoe lang de controles duren, bespreekt de arts met u
- Laat uw situatie het later toe? Dan is het advies om de baarmoeder alsnog te laten weghalen
Bij ongeveer 86 van de 100 vrouwen verdwijnt de hyperplasie met deze behandeling. Bij ongeveer 26 van de 100 vrouwen komt de hyperplasie later terug.
07
Wanneer neemt u contact op?
Bel Femmecare tijdens openingstijden: 043 700 9773
Neem contact op als u last heeft van:
- Bloedverlies na de overgang
- Bloedverlies of spotting terwijl u tamoxifen gebruikt
- Bloedverlies dat niet minder wordt met medicijnen
Buiten openingstijden, alleen bij spoed: 043 204 1820
Bel het dienstnummer ’s avonds, in het weekend of op feestdagen alleen bij klachten die niet kunnen wachten tot de volgende werkdag, zoals:
- Hevig bloedverlies, meer dan één maandverband per half uur
- Toenemende of stekende buikpijn ondanks pijnstilling
- Koorts hoger dan 38,0 °C
- Flauwvallen of extreme duizeligheid
Bij levensgevaar: bel direct 112
- Hevig bloedverlies in combinatie met flauwvallen
- Aanhoudend bewustzijnsverlies
- Ademhalingsproblemen, hevige pijn op de borst of andere acute klachten