Patiënteninformatie
Genitopelviene pijn
Pijn bij het vrijen of bij penetratie
Heeft u pijn bij het vrijen? Of als er iets in uw vagina gaat, zoals een tampon of bij een onderzoek? Of bent u bang voor die pijn? Op deze pagina leest u wat er aan de hand kan zijn, hoe het gesprek en het onderzoek gaan en welke behandelingen er zijn.
01
Wat is genitopelviene pijn?
Genitopelviene pijn is de naam voor pijn of problemen bij penetratie. Penetratie betekent dat er iets in de vagina gaat, zoals een penis bij het vrijen. Vroeger had dit twee namen: dyspareunie en vaginisme. Nu vallen ze samen onder één naam: genitopelviene pijn/penetratiestoornis.
U kunt last hebben van een of meer van deze dingen:
- Penetratie bij het vrijen is moeilijk
- U heeft duidelijk pijn in of rond de vagina, of in de onderbuik. Dat gebeurt bij het vrijen of als u penetratie probeert
- U bent duidelijk bang voor die pijn: vóór, tijdens of na penetratie
- De spieren van uw bekkenbodem spannen zich duidelijk aan bij penetratie. De bekkenbodem is de groep spieren onderin uw bekken
Artsen spreken van genitopelviene pijn als de klachten steeds terugkomen of blijven, ongeveer zes maanden of langer. En als u er duidelijk onder lijdt. De arts kijkt ook of er geen andere verklaring is. Bijvoorbeeld een andere ziekte, medicijnen of drugs, of ernstige problemen in de relatie, zoals geweld.
Sommige vrouwen hebben de klachten altijd al gehad. Bij andere vrouwen beginnen de klachten later, nadat vrijen eerst wel goed ging.
Hoe vaak komt het voor?
De klachten komen vaak voor. 3 tot 18 van de 100 vrouwen hebben er last van. Bij vrouwen na de overgang zijn dat er 9 tot 21 van de 100.
Hoe voelt de pijn?
Pijn in of rond de vagina voelt vaak branderig of schrijnend, alsof er een schaafwond is. Pijn in de onderbuik voelt vaak dof, en soms stekend.
02
Hoe ontstaan de klachten?
Er is meestal niet één oorzaak. Vaak spelen meerdere dingen mee: lichamelijke dingen, maar ook gedachten en gevoelens.
Deze dingen geven een grotere kans op de klachten:
- Seksueel misbruik of mishandeling
- De periode rond of na de overgang
- Minder opgewonden raken, in uw hoofd en in uw lichaam
- Veel spanning in de spieren van de bekkenbodem
- Pijn in de onderbuik
- Problemen in de relatie
03
Het gesprek met de arts
Eerst heeft u een gesprek met de arts. De arts stelt vragen om uw klachten goed te begrijpen. Bijvoorbeeld over:
- De pijn: wat voor pijn het is, waar u pijn heeft en hoe lang al. En wanneer u nog meer pijn heeft: na het vrijen, bij het plassen, bij een tampon of bij het fietsen
- Of u de klachten altijd al had, of dat ze later zijn begonnen
- Hoeveel last u ervan heeft, en of u vrijen of intimiteit uit de weg gaat
- Zin in seks, opgewonden raken en klaarkomen (orgasme), en uw relatie
- Nare ervaringen met seks, en of u ooit bent mishandeld (seksueel, lichamelijk of emotioneel)
- Of u gespannen raakt of zich bedreigd voelt bij penetratie
- Zwangerschappen en bevallingen, gynaecologische aandoeningen (zoals endometriose, vleesbomen, cysten of een soa), operaties, behandeling met chemotherapie of bestraling, en huidziekten
- Medicijnen, uw menstruatie en pijn daarbij, afscheiding uit de vagina, en klachten bij het plassen of poepen
- Of u (nog) een kinderwens heeft
Wat wilt u zelf?
De arts vraagt ook wat u van de afspraak verwacht. Wilt u bijvoorbeeld alleen weten of er een lichamelijke oorzaak is? Of wilt u ook kijken naar wat gedachten en gevoelens meespelen? En wilt u daar misschien begeleiding bij?
04
Het onderzoek
De arts vraagt hoe eerdere gynaecologische onderzoeken voor u waren. Ging een onderzoek eerder moeilijk? Dan krijgt u goede uitleg. En u kunt het onderzoek op elk moment stoppen.
Bent u erg angstig? Dan kan de arts een deel van het onderzoek later doen, bijvoorbeeld als de behandeling al wat verder is. Wilt u meekijken? Dat kan met een spiegel.
Wat doet de arts?
- De arts bekijkt de huid rond de vagina en de ingang van de vagina
- De arts raakt de huid aan met een natte wattenstok (touch-test)
- De arts voelt met één vinger de spieren van de bekkenbodem. De arts let op het gevoel, hoe goed de spieren samenwerken, hoe gespannen en hoe sterk ze zijn, en of het weefsel dunner is geworden
- Denkt de arts aan een infectie? Dan neemt de arts met een wattenstok wat vocht af uit de vagina
Wat is meestal niet nodig?
Bij deze klachten is onderzoek met een spreider (speculum) of met de vingers in de vagina meestal niet nodig. Ook het bekijken van de huid met een soort vergrootglas (vulvoscopie) is meestal niet nodig. Dat gebeurt alleen als de arts bij het bekijken van de huid aan een andere huidaandoening denkt.
- Heeft u pijn diep in uw buik bij het vrijen? Dan wil de arts zeker weten dat er niets mis is met de baarmoeder of eierstokken. De arts maakt dan een echo, en kijkt als het lukt met een spreider
- Is penetratie bij u nooit gelukt door de spanning in de bekkenbodem? Dan doet de arts vaak geen onderzoek met een spreider of met de vingers in de vagina
05
De behandeling
De behandeling past bij uw klachten en bij wat u zelf wilt. U beslist samen met de arts over de behandeling en de controle.
Uitleg
De arts legt uit hoe zin, opwinding en orgasme werken. Dit heet de seksuele responscyclus. De arts legt ook uit hoe pijn, angst en spanning elkaar kunnen versterken. Dit heet de vicieuze cirkel.
Een operatie?
Een operatie, bijvoorbeeld om de ingang van de vagina wijder te maken, hoort over het algemeen niet bij de behandeling van deze klachten.
06
Wat kunt u zelf doen?
Geen penetratie, wel vrijen
De arts adviseert u om geen penetratie te hebben. Dit heet een pijnverbod. Andere manieren van vrijen zijn juist goed. Zo krijgt u nieuwe, fijne ervaringen met vrijen, zonder pijn. Die kunnen de nare koppeling tussen vrijen en pijn vervangen.
Vanuit die fijne, intieme momenten bouwt u stap voor stap de aanraking op. Eerst rond de vagina, later ook de vagina zelf. Heeft u een partner? Dan kunt u dit samen doen. Heeft u geen partner? Dan doet u dit alleen. Het gaat daarbij om het gevoel, niet om het resultaat.
Glijmiddel
De arts raadt glijmiddel alleen aan als u te weinig nat wordt, terwijl u wel zin heeft en wel opgewonden raakt.
Let op bij condooms
- Sommige glijmiddelen op siliconenbasis en glijmiddelen op oliebasis kunnen het condoom beschadigen. Het condoom is dan minder betrouwbaar
- Alle crèmes en zalven kunnen een condoom minder betrouwbaar maken. Ook zalven zonder medicijn
07
Medicijnen en zalven
Soms kunnen medicijnen of zalven helpen. De arts bespreekt met u of dit bij u past, en vertelt u hoe u ze gebruikt.
- Hormonen. Zit u rond of na de overgang? Dan kan hormoontherapie helpen. U krijgt dan het hormoon oestrogeen, soms samen met het hormoon progestageen
- Lanettezalf. Een vette zalf die de huid soepel houdt
- Oestrogeen in de vagina. Is de huid van de vagina dun en droog geworden? Dan kunt u een crème of een zetpil (ovule) met oestrogeen in de vagina gebruiken
- Lidocaïnezalf. Dit is een verdovende zalf. De arts kan deze zalf voorstellen als u pijn heeft aan de ingang van de vagina, en als uw huid heel gevoelig reageert op aanraking. U gebruikt deze zalf alleen een korte tijd. Vrijt u met een partner met een penis? Dan moet uw partner een condoom gebruiken
08
Hulp van andere zorgverleners
Soms is hulp van een andere zorgverlener nodig. De arts bespreekt dit met u en verwijst u zo nodig door.
| Wie? | Wanneer? |
|---|---|
| Bekkenfysiotherapeut | Een fysiotherapeut voor de bekkenbodem. Bijvoorbeeld als de bekkenbodem een rol lijkt te spelen bij de pijn. Op defysiotherapeut.com vindt u er een bij u in de buurt. |
| Psycholoog of seksuoloog | Bijvoorbeeld bij pijn die al lang bestaat of erg is. Bij vaginisme: penetratie lukt niet doordat de bekkenbodem zich aanspant. Bij minder zin, minder opwinding of moeite met klaarkomen, als de adviezen niet genoeg helpen. Bij problemen in de relatie door de klachten. Of als er ook misbruik, geweld, angst of somberheid speelt. |
| Gespecialiseerde GGZ | Bij (aanwijzingen voor) een seksueel trauma of ernstige psychische klachten: een psychiater, GZ-psycholoog of psychotherapeut. U heeft dan eerst een uitgebreid kennismakingsgesprek bij een psycholoog of seksuoloog. |
09
Controle en contact
Zes weken na de start van de behandeling heeft u een controle. U bespreekt dan met de arts hoe het gaat. Daarna kunt u verder met de behandeling. Of de arts verwijst u (alsnog) naar een psycholoog, seksuoloog of bekkenfysiotherapeut.
Bel Femmecare tijdens openingstijden: 043 700 9773
Neem contact op als:
- U vragen heeft over de adviezen of de behandeling
- U eerder dan de controle met uw arts wilt overleggen