Patiënteninformatie

Bloedverlies na de overgang

Postmenopauzaal bloedverlies

U verliest bloed, terwijl u al in de overgang bent. Dat heet postmenopauzaal bloedverlies. Bij Femmecare zoeken wij uit waar het bloed vandaan komt. Op deze pagina leest u wat de oorzaak kan zijn, welk onderzoek u krijgt en wat er daarna gebeurt. Lees deze informatie vóór uw afspraak.

01

Wat is bloedverlies na de overgang?

Uw laatste menstruatie is minimaal één jaar geleden. Toch verliest u bloed. Dat heet bloedverlies na de overgang. Artsen noemen het postmenopauzaal bloedverlies (PMB).

Het komt vaak voor. Ongeveer 10 van de 100 vrouwen krijgen bloedverlies in het eerste jaar na de overgang. Dat is het tweede jaar zonder menstruatie. Hoe ouder u wordt, hoe kleiner de kans op bloedverlies.

Waarom is onderzoek nodig?

Bloedverlies na de overgang kan een teken zijn van baarmoederkanker (endometriumcarcinoom). De kans op baarmoederkanker wordt groter naarmate u ouder wordt. Bij ongeveer 95 van de 100 vrouwen met baarmoederkanker is bloedverlies na de overgang het eerste teken.

Het onderzoek heeft daarom twee doelen:

  • Uitsluiten dat u baarmoederkanker heeft
  • Een goedaardige oorzaak vinden, en die zo nodig behandelen

02

Wat kan de oorzaak zijn?

Eerst kijkt de arts of het bloed echt uit de vagina komt, en niet uit de blaas of de darm.

Meestal komt het bloed uit de baarmoeder. Het kan ook komen uit de baarmoedermond (cervix), de vagina of de uitwendige geslachtsdelen (vulva).

Bij vrouwen met bloedverlies na de overgang vindt de arts deze oorzaken:

OorzaakHoe vaak?
Een poliep: een uitgroeisel van het slijmvlies in de baarmoeder of baarmoedermondBij 40 van de 100 vrouwen
Dun geworden slijmvlies (atrofie)Bij 30 van de 100 vrouwen
Slijmvlies dat nog groeit of actief is (proliferatie of secretie)Bij 14,5 van de 100 vrouwen
Verdikt slijmvlies zonder afwijkende cellen (hyperplasie zonder atypie)Bij 2 van de 100 vrouwen
Verdikt slijmvlies met afwijkende cellen (atypische hyperplasie)Bij 2 van de 1000 vrouwen
Baarmoederkanker (endometriumcarcinoom)Bij 10 van de 100 vrouwen

Bij de meeste vrouwen vindt de arts dus geen kanker.

03

Het eerste onderzoek

De arts stelt u eerst een paar vragen. Bijvoorbeeld:

  • Hoe lang verliest u al bloed? Welke kleur heeft het bloed?
  • Wanneer was uw laatste menstruatie?
  • Gebruikt u hormonen?
  • Wanneer had u uw laatste uitstrijkje?
  • Bent u afgevallen? Heeft u minder trek in eten? Heeft u buikpijn?

Het onderzoek

Daarna krijgt u:

  • Een gynaecologisch onderzoek. De arts onderzoekt de vagina en de baarmoedermond
  • Een uitstrijkje (cervixcytologie) als dat nog niet bij de huisarts gedaan is. De arts neemt wat cellen van de baarmoedermond af. Die gaan naar het laboratorium
  • Een inwendige echo (transvaginale echografie). De arts brengt een dun staafje in de vagina. Zo ziet de arts de baarmoeder. De arts meet ook hoe dik het baarmoederslijmvlies is

Wat betekent de dikte van het slijmvlies?

Uitkomst van de echoWat gebeurt er?
Het slijmvlies is 4 mm (millimeter) of dunnerVerder onderzoek is niet nodig.
Het slijmvlies is dikker dan 4 mm, of de arts kan het niet goed zienU krijgt vervolgonderzoek: een Pipelle en een SIS. Zie hoofdstuk 04.

Dit geldt als u voor de eerste keer bloedverlies na de overgang heeft. Komt het bloedverlies terug? Lees dan hoofdstuk 06.

04

Vervolgonderzoek

Pipelle en SIS

Bij een Pipelle haalt de arts met een dun, buigzaam buisje een klein beetje baarmoederslijmvlies weg. Dat gaat naar het laboratorium.

Bij een SIS (saline-infusie-sonografie) maakt de arts een inwendige echo. De arts brengt daarbij wat zoutoplossing in de baarmoeder. Zo ziet de arts de binnenkant van de baarmoeder beter.

Wat gebeurt er daarna?

UitkomstWat gebeurt er?
De uitslag van het laboratorium is goedaardig. De arts ziet geen afwijking op één plek in de baarmoeder.Verder onderzoek is niet nodig.
Het laboratorium vindt kanker of een voorstadium van kanker.U krijgt een behandeling. Zie hoofdstuk 05.
Het laboratorium kan het weefsel niet goed beoordelen. Of de Pipelle is niet gelukt. Of de arts ziet een afwijking op één plek in de baarmoeder (focale afwijking).U krijgt een hysteroscopie.

Hysteroscopie

Bij een hysteroscopie kijkt de arts met een dunne camera in uw baarmoeder. Ziet de arts een afwijking? Dan haalt de arts die weg. Of de arts neemt er een klein stukje weefsel van af (biopt). Dat gaat naar het laboratorium.

Is de uitslag goedaardig? Dan is verder onderzoek niet nodig. Gaat het om kanker of een voorstadium van kanker? Dan krijgt u een behandeling. Over de hysteroscopie leest u meer in de folder Hysteroscopie.

05

De uitslag en de behandeling

De arts bespreekt de uitslag met u. Welke behandeling u krijgt, hangt af van de oorzaak van het bloedverlies.

  • Geen afwijkingen. U heeft geen verdere behandeling nodig
  • Een poliep. De arts haalt de poliep weg. Er is namelijk een kans dat een poliep kanker of een voorstadium van kanker is. Het weghalen is niet bedoeld om te voorkomen dat het bloedverlies terugkomt
  • Dun geworden slijmvlies (atrofie). Een behandeling is alleen nodig als het bloedverlies terugkomt en u daar veel last van heeft. De arts moet dan eerst kanker of een voorstadium van kanker hebben uitgesloten. Dan kan de arts u een hormoon geven. Is het slijmvlies dunner dan 4 mm? Dan kunt u een korte tijd oestrogeen in de vagina gebruiken, bijvoorbeeld Synapause-E3. Is het slijmvlies dikker dan 4 mm? Dan kunt u een ander hormoon (progestageen) krijgen. De arts vertelt u hoe u dit gebruikt
  • Verdikt slijmvlies (hyperplasie). De arts bespreekt met u welke behandeling en controle u nodig heeft. Zie ook de folder Endometriumhyperplasie
  • Kanker. De arts verwijst u naar het ziekenhuis

06

Krijgt u opnieuw bloedverlies?

Bij 5 tot 20 van de 100 vrouwen komt het bloedverlies terug. Wat de arts dan doet, hangt af van het moment:

Wanneer?Wat gebeurt er?
U verliest opnieuw bloed, tussen 6 weken en 1 jaar na de eerste keerU krijgt een hysteroscopie. De arts neemt daarbij kleine stukjes weefsel weg (biopten). Dit gebeurt ook als het slijmvlies op de echo dun is.
Het bloedverlies houdt langer dan 6 weken aanDe arts doet hetzelfde: u krijgt een hysteroscopie met biopten.
U verliest opnieuw bloed, meer dan 1 jaar na de vorige keerDe arts onderzoekt u zoals bij de eerste keer. Zie hoofdstuk 03.

Waarom een hysteroscopie, ook bij dun slijmvlies?

Bloedverlies dat terugkomt of blijft aanhouden, kan een teken zijn van baarmoederkanker. Ook als het slijmvlies dunner is dan 4 tot 5 mm. Een dun slijmvlies op de echo sluit sommige soorten baarmoederkanker niet goed uit.

Heeft u de eerste keer al een hysteroscopie gehad? Dan bespreekt de arts met u wat in uw situatie het beste is.

07

Wanneer neemt u contact op?

Bel Femmecare tijdens openingstijden: 043 700 9773

Neem contact op als:

  • Het bloedverlies terugkomt, nadat het gestopt was
  • Het bloedverlies langer dan 6 weken aanhoudt
  • U zich ongerust maakt

Buiten openingstijden, alleen bij spoed: 043 204 1820

Bel het dienstnummer ’s avonds, in het weekend of op feestdagen alleen bij klachten die niet kunnen wachten tot de volgende werkdag, zoals:

  • Hevig bloedverlies (meer dan één maandverband per half uur)
  • Toenemende of stekende buikpijn ondanks pijnstilling
  • Koorts hoger dan 38,0 °C
  • Flauwvallen of extreme duizeligheid

Bij levensgevaar: bel direct 112

  • Hevig bloedverlies in combinatie met flauwvallen
  • Aanhoudend bewustzijnsverlies
  • Ademhalingsproblemen, hevige pijn op de borst of andere acute klachten

Heeft u nog vragen?

Stel ze gerust tijdens uw afspraak. Heeft u tussendoor een vraag, gebruik dan het formulier voor bestaande patiënten. Wij nemen dan contact met u op.

Telefonisch zijn wij bereikbaar op maandag, dinsdag en donderdag van 09:30 tot 12:00 uur en van 13:00 tot 16:00 uur op 043 700 9773. Buiten onze openingsuren belt u alleen bij spoed: 043 204 1820. Bij levensgevaar belt u altijd 112.

Terug naar alle patiëntenfolders